“Nacht op de Spoed: Wanneer de zorg een fabriek wordt (en ik ineens aan de andere kant lig)”
Als verpleegkundige weet ik hoe het werkt. Ik ken de protocollen, ik weet hoe Triage werkt en dat de meest dringende gevallen voorrang krijgen. Ik weet dat het druk is, dat de werkdruk torenhoog is en dat iedereen zijn best doet.
Maar afgelopen nacht stond ik niet in een werkschort aan het bed. Ik lag erin.
Om half twaalf ‘s nachts kwamen we aan op de spoedeisende hulp. Een van mijn operatiewonden is onder het vetweefsel flink ontstoken geraakt. Een harde schijf, vurig rood, gloeiend heet en een slopende pijn. Tel daar nog eens barstende hoofdpijn en misselijkheid bij op van de ontstekingsreactie, en je weet: dit is niet goed. Onze eigen huisarts had me overdag nog geprobeerd gerust te stellen, maar eenmaal in bed ging het zo snel achteruit dat de huisarts van wacht ons direct doorstuurde.
En dan begint het. Wachten. Wachten op een harde bank, vergaand van de pijn.
De uren tikken voorbij
Om 2 uur ‘s nachts mocht ik eindelijk naar een box. Cis ging mee en mocht plaatsnemen op een harde plastieken stoel naast mijn bed. Iets later bloedafname, een assistent-arts die binnenstapt, een ritje naar de scanner… De uren kropen voorbij. Wat me het meeste opviel? Niemand leek echt te weten wat ze moesten doen.
Er werd gebeld met een andere assistent die bij mijn operatie was geweest. Ook zij durfde de gok niet aan om opnieuw te opereren. Uiteindelijk het besluit: antibiotica en op 30 juli pas terug op consultatie bij mijn eigen gynaecoloog.
Toen ik aangaf dat ik van antibiotica altijd een vaginale schimmelinfectie krijg, en of ik preventief iets kon krijgen, kreeg ik een beslist “nee” van een assistent. “Anders wordt u resistent.” Als verpleegkundige weet ik heus wel hoe resistentie werkt, maar een schimmelinfectie bovenop deze ellende kan er simpelweg niet meer bij. (Gelukkig denkt mijn eigen huisarts wél mee en zet hij het wel op mijn voorschrift).
Een klein gebaar
Tot half tien ‘s ochtends hebben we op die spoed gezeten. Tien uur lang.
Weet je wat me misschien nog wel het meeste stak? Cis had er al een volle werkdag op zitten en heeft vervolgens de hele nacht op die harde stoel naast mij gewaakt. Hij heeft erom gevraagd, maar er kon in al die uren geen glas water of een kop koffie af. Niets.
Ik heb in mijn werk als verpleegkundige altijd één ding vooropgesteld: menselijk blijven. Een deken aanbieden, een glas water voor de partner die meewaakt, een vriendelijk woord, even laten weten dat je iemand niet vergeten bent. Het kost geen extra tijd, het kost alleen empathie.
Een kille fabriek
Wat is er gebeurd met onze zorg? Ik zag vannacht geen warmte, ik zag een fabriek. Efficiënt op papier, maar kil in de praktijk. Een plek waar patiënten en hun bezorgde naasten nummers worden in een proces.
Ik lig nu thuis in bed met mijn antibioticakuur. De pijn is er nog, maar de teleurstelling zit minstens zo diep. Het heeft me met mijn neus op de feiten gedrukt: we moeten de menselijkheid in de zorg koste wat kost verdedigen. Want als we dat verliezen, verliezen we alles.
Herken je dit gevoel, als patiënt of als zorgverlener? Hoe bewaak jij (of jouw zorgverleners) die menselijke maat wanneer de druk zo hoog is? Laat het me weten in de reacties.








Geef een reactie, onderteken met je naam is enkel om te weten wie je bent, geen registratie