Vandaag ga ik naar de bedrijfsarts
Vandaag is zo’n dag waarop alles wat ik de afgelopen twee jaar heb meegemaakt weer extra zwaar op mijn schouders ligt. Ik ga naar de bedrijfsarts om te vragen welke mogelijkheden ik nog heb. Niet omdat ik niet wil werken, integendeel. Maar omdat mijn lichaam en hoofd me de laatste tijd telkens opnieuw duidelijk maken dat ze niet meer kunnen wat ze ooit konden.
Bijna twee jaar ben ik thuis. In die tijd ben ik opgenomen geweest op de PAAZ, en later heb ik vijf maanden lang keihard aan mezelf gewerkt in de dagkliniek. De psychologen zeggen dat ik nu stabiel ben, en ergens geloof ik dat ook… maar mijn lichaam vertelt een ander verhaal. De ene ontsteking na de andere, overal pijn, en paniekaanvallen zodra ik alleen al aan werk denk.
Ik sta er alleen voor, en dat maakt alles nog zwaarder. De financiële onzekerheid knaagt aan me. Wat als ik niet meer kan werken zoals vroeger? Wat als ik het niet red? Wat zijn mijn opties? Al deze vragen neem ik vandaag mee naar de bedrijfsarts.
Ik ben angstig. Ik schaam me. Mijn hart bonst in mijn borst en mijn benen voelen alsof er een ton stenen op ligt. Maar ik ga. Want blijven zitten waar ik ben, lost niets op.
Vandaag hoop ik duidelijkheid te krijgen. Een handvat. Een richting. Iets dat me helpt om verder te kunnen, op een manier die wel haalbaar is voor mijn lichaam en mijn hoofd.
En misschien is dat al een kleine overwinning.
Bij de bedrijfsarts.
Terwijl ik daar zat, voelde ik mijn hart al sneller kloppen. Ik wilde eerlijk zijn, echt eerlijk. Dus ik vertelde mijn verhaal zoals het is: de kleine overwinningen die ik koester, maar ook de momenten waarop alles nog zwaar en pijnlijk voelt. Ik zei dat ik weer zin begin te krijgen in het leven en dat voelt bijna alsof de zon heel voorzichtig terug door de wolken probeert te breken maar toch ben ik er nog lang niet.
De dokter luisterde echt. Ze stelde vragen die diep binnenkwamen: over zelfliefde, schaamte, mijn herstel… dingen waar ik soms het liefst van zou weglopen omdat ze zo confronterend zijn. Na een tijdje zei ze voorzichtig dat mijn batterij nog steeds bijna leeg is. Dat er eerst energie moet bijvloeien, dat ik nog moet herstellen. Zelfs parttime werken zou nu te vroeg zijn.
Die woorden deden pijn, al wist ik ergens dat ze gelijk had. Het nieuws voelde dubbel. Ergens in mij schreeuwt een verlangen om weer te beginnen, om terug te keren naar het leven dat ik kende. Maar een ander stukje in mij, het stillere, kwetsbare stukje, weet dat ik nog niet klaar ben. En dat voelt frustrerend, verdrietig, en vooral enorm vermoeiend. Soms vraag ik me af wanneer mijn lichaam en hoofd weer één team worden.
Misschien botst het ook zo hard omdat ik een kind ben van de jaren ’60. Wij leerden dat je altijd moest doorgaan. Hard werken. Respect hebben. Niet zeuren. Rusten was geen optie, laat staan toegeven dat je het moeilijk hebt. En nu… nu word ik net verplicht om stil te vallen, te luisteren naar mezelf, te rusten. Het voelt alsof ik tegen alles in ga wat me is aangeleerd.
Maar misschien is dit precies wat ik moet leren: dat kwetsbaarheid geen zwakte is. Dat liefde voor mezelf niet egoïstisch is. Dat herstellen tijd vraagt, en dat ik die tijd mag nemen.
Misschien is dit geen stap achteruit, maar de enige weg vooruit.









Geef een reactie, onderteken met je naam is enkel om te weten wie je bent, geen registratie